Middelwijck
In Middenbeemster is in 2008 een ontwerp van BLANCA architecten opgeleverd dat bestaat uit 37 zelfstandige seniorenwoningen, twee groepswoningen voor psychogeriatrische ouderen en een dienstencentrum met ondersteunende, zorggerelateerde en recreatieve voorzieningen. Bestaande situatie Voor het huidige plan gerealiseerd was bestond het Prinses Beatrixpark uit 54 relatief nieuwe huurwoningen voor senioren, 28 verouderde huurwoningen die gesloopt moesten worden en een klein dienstencentrum. De bebouwing lag in een U vorm rond een grote, open, ongedifferentieerde buitenruimte. Bestemmingsplan Het bestemmingsplan staat een bebouwing toe van maximaal 40 % van het beschikbare grondoppervlak. Daarnaast schrijft het bestemmingsplan een kapvorm voor met een maximale goothoogte en nokhoogte. Deze randvoorwaarden garanderen dat in het kleinschalige Middenbeemster geen bebouwing gerealiseerd wordt die qua maat en schaal niet passend is. De randvoorwaarden zijn om die redenen gerespecteerd. Omdat de bestemming (zorg) afwijkt van het bestemmingsplan was er echter wel een artikel 19 procedure noodzakelijk. Programma Het bijzondere van dit project is dat op een relatief kleine locatie een uitgebreid, zeer divers programma met een complex relatieschema is gerealiseerd. Het functionele programma uit drie onderdelen: Zelfstandige seniorenwoningen (bestaande huurwoningen en nieuwe koopwoningen), intramurale voorzieningen (groepswoningen voor psychogeriatrische ouderen met een verpleeghuisindicatie) en zorginfrastructuur (een dienstencentrum met dagopvang, dagbehandeling, tijdelijke opvang, ouder en kind zorg, fysiotherapie, recreatiezaal, restaurant/café functie, kapsalon, pedicure, kantoor en vergaderruimtes) Het ‘emotionele’ programma bestond uit de wens van de opdrachtgever om de bewoners van de bestaande en nieuwe woningen het gevoel te geven dat ze onderdeel van één geheel zijn, dat het dienstencentrum bij hun hoort en om sociale veiligheid te creeren Modellenstudie Het functionele programma kan op verschillende manieren gerealiseerd worden. Het zoeken was naar een organisatie van de diverse programmaonderdelen dat op adequate manier een antwoord werd gegeven op het gevoelsmatige programma. Positie van het dienstencentrum, relaties tussen de diverse programmaonderdelen en routing waren de belangrijkste onderwerpen van onderzoek. Dienstencentrum als binnenstraat (zorginfrastructuur) Dit onderzoek leidde tot een model waarbij het dienstencentrum bestaat uit een binnenstraat die bestaande en bieuwe woningen met elkaar verbindt en waar de diverse zorgfunctie aan liggen. De opzet van het dienstencentrum is flexibel. De gangzone is vast, de ruimte grenzend aan de binnenstraat is nagenoeg kolomvrij en op vele plekken kunnen binnenwanden aansluiten op de gevel. Groepswoningen De groepswoningen hebben ieder een eigen entree en zijn ook rechtstreeks verbonden met de binnenstraat van het dienstencentrum. De bewoners van de groepswoningen kunnen binnendoor naar het dienstencentrum om gebruik te maken van de vele voorzieningen. Er zijn twee groepswoningen met ieder acht ruime zit slaapkamers van circa 20 m² met eigen pantry, vier badkamers, een bezoekerstoilet, een gemeenschappelijke woonkamer en een rookkamer. De twee groepswoningen worden verbonden door een gemeenschappelijke keuken zodat verplegend personeel eenvoudig van de ene naar de andere groepswoning kan lopen. De groepswoning beschikken over een eigen besloten patio. Tijdelijke opvang Er zijn ook twee plaatsen voor tijdelijke opvang gerealiseerd. Deze kleine appartementen bestaan uit een woonkamer met keukentje, een slaapkamer en een badkamer/toiletruimte. Ze liggen op de begane grond, in de nabijheid van de groepswoningen en zijn rechtstreeks ontsloten via de binnenstraat van het dienstencentrum. Zelfstandige seniorenwoningen. Naast de zorgfunctie zijn 37 nieuwe seniorenwoningen gerealiseerd, in oppervlak varierend van 80, 90, 110 en 160 m2 bvo. De plattegronden van de woningen voldoen aan woonkeur. Alle woningen hebben een ruim terras. Door de kozijnen die tot op de vloer doorlopen en transparante balustrades is een optimaal contact met de omgeving mogelijk. In de kelder zijn 22 parkeerplaatsen voor de verkoop gerealiseerd. De overige parkeerplaatsen voor de bewoners en bezoekers van zowel de bewoners als het dienstencentrum zijn op het omliggende terrein gerealiseerd. De woningen op de begane grond worden rechtstreeks vanaf het maaiveld ontsloten. De overige woningen zijn bereikbaar via een drietal entrees met trappen en liften en via beschutte galerijen. Routing door het complex. De bewoners van de appartementen kunnen alle via loopbruggen en / of liften op sociaal veilige manier vanuit hun woning het dienstencentrum bereiken. Ook de bewoners van de bestaande woningen kunnen via het omsloten binnenterrein op sociaal veilige manier het dienstencentrum bereiken. Buitenruimten In de bestaande situatie bestond de buitenruimte (het ‘Prinses Beatrixpark) uit een grote, ongedefinieerde open ruimte die in de Beemster polder weinig beschutting bood. In de nieuwe opzet zijn de gebouwen zo geplaatst dat er een sequentie van beschutte buitenruimtes is ontstaan die een betere verblijfskwaliteit hebben. Voor het dienstencentrum en de nieuwe woningen waren een aanzienlijk aantal parkeerplaatsen nodig. Een deel van de parkeerplaatsen is gesitueerd in een kelder. In deze kelder zijn ook de bergingen gerealiseerd. Hierdoor zijn er op maaiveld geen dode gevels. De rest van het parkeren is op maaiveld gerealiseerd. Door de parkeerplaatsen zoveel mogelijk in de periferie van het terrein te leggen is het grootste gedeelte van de buitenruimten tussen de bouwblokken autovrij gebleven.

Media

16 photos

Building Activity

  • OpenBuildings
    OpenBuildings added a digital reference
    about 5 years ago via OpenBuildings.com